Werk in uitvoering

5-01 Wierickerschans
Fort Wierickerschans nabij Bodegraven is een goed bewaard fort van de Oude Hollandse Waterlinie

Plannen voor een sterkere waterlinie

Medio 1673 trekt het Franse leger weg. De geïmproviseerde linie krijgt daarna een permanent karakter en zijn naam: de Oude Hollandse Waterlinie. Ten westen van Utrecht komt er een verdedigingslinie van vestingsteden en forten, waarachter het leger zich in oorlogstijd kan verschansen. Accessen (toegangen tot gebieden) worden versterkt met een aantal forten en andere verdedigingswerken. Nabij Bodegraven wordt een van de grootste forten van de linie gebouwd: Fort Wierickerschans. Tot aan de Napoleontische tijd wordt de linie een aantal keren naar het oosten verlegd.

Nieuwe inzichten

Als militair en vestingbouwkundige raakt Menno van Coehoorn (1641-1704) betrokken bij het ontwerpen van diverse linies in de Nederlanden. Van Coehoorn gaat, in tegenstelling tot zijn tijdgenoten, uit van constructies met veel hoeken. Naar zijn inzichten worden de vestingsteden herbouwd met een regelmatige zes-, zeven- of achthoek. Zo’n hoek wordt een bastion genoemd. Een stad bestaat dan dus uit meerdere bastions. Vanaf deze bastions kunnen de verdedigers hun aanvallers uit steeds weer onverwachte hoeken beschieten. Deze werken zie je nog heel goed terug in steden als Naarden en Woerden. Ook in het buitenland worden de vestingbouwkundige ideeën van Van Coehoorn nog eeuwenlang toegepast.


  1. Water als wapen
  2. Macht en politiek
  3. Het Rampjaar 1672
  4. Water als laatste redmiddel
  5. Werk in uitvoering
  6. Van oud naar nieuw